Mens & Gezondheid

PFAS in bloed: 71 procent van onderzochte bloeddonors boven de grenswaarde — hoe zorgelijk is dat?

RIVM vond bij 71 procent van 967 volwassen bloeddonors meer PFAS dan de gezondheidskundige grenswaarde. Dat is lager dan in bloed uit 2016–2017, maar een overschrijding is geen individuele diagnose.

Rapport of dataset Bekijk de onderzoekscheck
  1. Bron
  2. Onderzoekscheck
  3. Nederlandse context
In dit artikel
Redactionele illustratie van bloedbuizen in een laboratorium naast een kaartomtrek van Nederland met markeringen bij Dordrecht en de Westerschelde
Beeld: AI-illustratie: Feitvast, gegenereerd met OpenAI; conceptueel redactioneel beeld, geen foto van de RIVM-metingen en geen weergave van gemeten regionale concentraties. © Feitvast 2026. Originele redactionele illustratie; hergebruik alleen met toestemming.

Onderzoekscheck

Zo weten we dit

Rapport of dataset

Bekijk de methode, beperkingen en oorspronkelijke bron achter dit verhaal.

Volledige onderzoekscheck 9 onderdelen
Onderzoeksopzet
Humane biomonitoringsstudie. RIVM analyseerde in 2025 bloedserum van volwassen Sanquin-bloeddonors en woog de landelijke gegevens voor leeftijd, sekse, opleiding, verstedelijking en provincie. Regionale groepen werden vergeleken met de rest van Nederland.
Steekproef of materiaal
967 volwassen bloeddonors van 18 tot 78 jaar: 41 uit de regio Dordrecht, 122 ten noorden van de Westerschelde, 117 uit Zeeuws-Vlaanderen en 687 uit de rest van Nederland.
Vakblad of publicatie
RIVM-briefrapport 2026-0031, gepubliceerd 29 september 2026; DOI 10.21945/RIVM-2026-0031. Het nieuwsbericht vermeldt 29 september 2026 om 16.00 uur.
Onderzoeksinstelling
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), met bloedmonsters en auteursbijdragen van Sanquin.
Financiering
Uitgevoerd in opdracht van de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur binnen Programma 53 PFAS.
Belangenverklaring
Het rapport vermeldt geen afzonderlijke belangenverklaring. RIVM voerde het onderzoek uit in opdracht van drie Nederlandse ministeries; Sanquin leverde bloedmonsters en auteursbijdragen.

Belangrijkste beperking

Bloeddonors vormen geen volledig willekeurige doorsnede van alle Nederlandse volwassenen. Selectiebias en een mogelijk effect van bloeddonatie op PFAS-waarden kunnen niet worden uitgesloten. De vergelijking met 2016–2017 gebruikt bovendien een andere studieopzet.

Wat dit niet bewijst

Niet bewezen is dat een individuele deelnemer ziek is, welke blootstellingsbron voor die persoon doorslaggevend was, dat regionale verschillen door één specifieke bron zijn veroorzaakt, of dat de daling sinds 2016–2017 volledig door beleid komt.

Bij 71 procent van 967 onderzochte volwassen bloeddonors lag de hoeveelheid PFAS in het bloed boven een gezondheidskundige grenswaarde. Dat is reden om blootstelling te blijven verminderen, maar het is geen individuele diagnose: uit één bloedwaarde volgt niet dat iemand ziek is of klachten zal krijgen.

Het RIVM publiceerde de nieuwe metingen op 29 september. De monsters zijn in 2025 afgenomen bij donors van 18 tot 78 jaar. In bloed uit 2016 en 2017 lag vrijwel iedereen — 99 procent — boven de grenswaarde. De nieuwe uitkomst is dus lager, al waarschuwen de onderzoekers dat de twee studies niet volledig hetzelfde waren opgezet.

Wat betekent die grenswaarde?

Voor de berekening telde het RIVM tien verschillende PFAS gewogen bij elkaar op. De gezondheidskundige grenswaarde is gebaseerd op wat over effecten op het immuunsysteem bekend is. Een overschrijding betekent dat gezondheidsrisico’s niet volledig kunnen worden uitgesloten en dat vermindering van de blootstelling wenselijk blijft.

De waarde werkt niet als een klinische test die zegt of één persoon ziek is. Gezondheidseffecten hangen volgens het RIVM ook af van de hoeveelheid en duur van de blootstelling en van persoonlijke omstandigheden. Het onderzoek koppelde de metingen niet aan diagnoses bij de deelnemers.

PFOS kwam in de hoogste concentraties voor, gevolgd door PFOA. Bijna alle deelnemers hadden meerdere soorten PFAS in het bloed. De studie laat daarmee zien dat blootstelling nog altijd breed voorkomt, ondanks de lagere waarden ten opzichte van het oudere onderzoek.

Westerschelde en Dordrecht springen eruit

Het volledige RIVM-rapport keek extra naar gebieden waar PFAS-verontreiniging in de omgeving bekend is. In Zeeuws-Vlaanderen, aan de zuidkant van de Westerschelde, waren zeven gemeten PFAS hoger dan in de rest van Nederland. Afhankelijk van de stof en het percentiel liepen de verschillen uiteen; voor sommige hoge waarden waren ze het grootst.

Ten noorden van de Westerschelde waren PFNA, PFDA en PFOS hoger. Bij de hoogste vijf procent lagen die waarden ongeveer twee keer zo hoog als in de rest van Nederland. Rond Dordrecht was alleen PFOA statistisch hoger: de mediaan was daar 1,2 keer die van de rest van Nederland. GenX werd niet boven de kwantificeringsgrens gemeten.

Die regionale verschillen wijzen op extra blootstelling, maar de studie stelt niet vast welke bron voor iedere deelnemer verantwoordelijk was. Zij bewijst evenmin dat één bedrijf of één route alle gemeten waarden verklaart.

De daling is hoopgevend, maar nog geen hard trendbewijs

Dat minder deelnemers boven de grenswaarde zaten dan in 2016–2017 past bij dalende PFAS-waarden die ook elders in West-Europa zijn gezien. Toch noemt het RIVM de conclusie voorzichtig. De nieuwe groep bestond uit bloeddonors; de eerdere PIENTER-studie gebruikte een representatieve steekproef van de bevolking.

Donors zijn gemiddeld niet identiek aan alle Nederlandse volwassenen. Ze zijn onder meer vaker hoger opgeleid en gezonder. Ook kan bloed doneren bepaalde PFAS-waarden verlagen. De onderzoekers corrigeerden de landelijke resultaten statistisch voor meerdere bevolkingskenmerken, maar selectiebias kan niet volledig worden uitgesloten.

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de ministeries van IenW, VWS en LVVN. RIVM onderzoekt nu verder wat hogere bloedwaarden voor de gezondheid kunnen betekenen en of bepaalde mogelijke effecten rond Dordrecht en de Westerschelde vaker voorkomen.

Deze biomonitoringsstudie verschilt van de eerdere Feitvast-verhalen over PFAS in kraanwater per postcode en de vraag of een thuisfilter zin heeft. Die artikelen gaan over een mogelijke blootstellingsroute; de nieuwe studie meet wat van verschillende bronnen samen in bloed terug te vinden is.

Dit artikel geeft algemene informatie over een bevolkingsonderzoek en is geen persoonlijk medisch advies.

Nederlandse context

Wat betekent dit voor Nederland?

RIVM onderzocht in 2025 bloed van volwassen Nederlandse bloeddonors en rapporteert landelijke en regionale uitkomsten voor Dordrecht en beide zijden van de Westerschelde.

Transparantie

Updates en correcties

Inhoudelijke update: RIVM meldt dat het literatuuronderzoek naar mogelijke gezondheidseffecten en regionaal vervolgonderzoek rond Dordrecht en de Westerschelde doorgaan. Herhaalde biomonitoring is nodig om de ontwikkeling te volgen.

Zie je een fout of ontbreekt er context? Bekijk hoe we corrigeren.