Biologie, Dieren & Milieu

IJskliffen kalven sneller, maar stoppen ook weer — wat betekent dat voor de Nederlandse kust?

Satellietmetingen laten zien dat hoge ijskliffen sneller afkalven dan modellen aannemen, maar geen zichzelf versterkende kettingreactie veroorzaakten. Dit is wat de studie wel en niet verandert voor de Nederlandse kust.

Collegiaal getoetst Onderzoekscheck Oorspronkelijke bron
  1. Bron
  2. Onderzoekscheck
  3. Nederlandse context
In dit artikel
Hoge Antarctische ijsklif met afgebroken ijs aan de rand van de donkere oceaan
Beeld: Feitvast — met AI gegenereerde illustratie; geen opname van een specifieke gletsjer

Hoge ijskliffen aan de randen van Antarctica en Groenland kunnen sneller afkalven dan bestaande modellen aannemen. Toch zagen onderzoekers in de gevolgde gevallen geen zichzelf versterkende kettingreactie. Dat klinkt geruststellend, maar het is geen bewijs dat de Nederlandse zeespiegelrisico’s kunnen worden geschrapt.

Een internationale onderzoeksgroep analyseerde 15.330 satellietwaarnemingen van ijskliffen langs de grote ijskappen. De studie verscheen op 15 oktober 2026 in het wetenschappelijke tijdschrift Science. De onderzoekers wilden een omstreden vraag beantwoorden: kan het instorten van een hoge ijsklif een reeks nieuwe instortingen veroorzaken die vanzelf doorgaat?

Het korte antwoord is dubbel. Zeer hoge kliffen kunnen inderdaad snel afbreken. De gemeten afkalving verliep in sommige gevallen tot ongeveer drie keer sneller dan bestaande modelbeschrijvingen voorspellen. Maar het snelle terugtrekken hield in de onderzochte gevallen niet aan. De gletsjers werden dunner of trokken zich terug naar een plek waar de ijsklif minder snel hoger werd. Daardoor ontstond geen eindeloze reeks instortingen.

Wat de satellieten werkelijk hebben gemeten

De onderzoekers gebruikten onder meer metingen van de ICESat-2-satelliet. Die bepaalt met laserpulsen de hoogte van ijsoppervlakken. De gegevens uit 2019 tot en met 2023 laten zien dat de gemiddelde ijsklif ongeveer 30 meter hoog was. Kliffen die meer dan 100 meter boven het water uitstaken, kwamen maar zelden voor.

Daarna volgde het team een klein aantal gletsjers met bijzonder hoge kliffen veel nauwkeuriger. De hoogste kliffen kalfden snel af, maar die terugtrekking werd onderbroken door perioden van stabiliteit. Dat onderscheid is belangrijk: snel ijsverlies is niet automatisch hetzelfde als een zichzelf versterkend proces dat blijft doorgaan.

  • 15.330 waarnemingen: een brede inventarisatie van ijskliffen rond de grote ijskappen.
  • 2019–2023: de periode waarover de satellietmetingen werden vergeleken.
  • Tot circa drie keer sneller: de gemeten afkalving van hoge kliffen ten opzichte van enkele bestaande modelbeschrijvingen.
  • Geen voortdurende kettingreactie: in de intensief gevolgde gevallen stabiliseerde de terugtrekking uiteindelijk.

Waarom de hoogte alleen niet genoeg zegt

Het gevreesde mechanisme heet instabiliteit van mariene ijskliffen, vaak afgekort tot MICI. Het eenvoudige idee is dat een zeer hoge ijsklif onder zijn eigen gewicht bezwijkt. Daardoor kan verder landinwaarts een nog hogere klif bloot komen te liggen, die vervolgens ook instort.

De nieuwe waarnemingen laten zien waarom de werkelijkheid ingewikkelder is. Niet alleen de hoogte telt. Ook de vorm van de bodem onder het ijs, de snelheid waarmee het ijs dunner wordt en het hoogteverschil van het ijs landinwaarts bepalen of een terugtrekkende klif steeds hoger kan worden.

Daarnaast kan een mengsel van zee-ijs en afgebroken ijsbergen vóór de klif tegendruk geven. Zo’n ijsmengsel werkt niet als een permanente muur, maar kan een klif tijdelijk afremmen. De studie ondersteunt daarom geen simpele conclusie als “hoge klif betekent onvermijdelijke kettingreactie”.

Wat de studie niet bewijst

De onderzoekers zagen geen zichzelf versterkende instorting in de bestudeerde gevallen. Dat betekent niet dat zo’n proces onder alle toekomstige omstandigheden onmogelijk is. Zeer hoge ijskliffen zijn zeldzaam, de meetperiode beslaat vier jaar en slechts een beperkt aantal snel terugtrekkende gletsjers kon in detail worden gevolgd.

Onderzoeker Jeremy Bassis benadrukt in de toelichting van het Woods Hole Oceanographic Institution dat alle voorbeelden tot nu toe uiteindelijk stabiliseerden. Of dat zo blijft wanneer klimaatverandering de ijskappen verder uit hun huidige toestand duwt, is volgens hem nog onbekend.

Ook volgt uit deze studie geen nieuw getal voor de wereldwijde of Nederlandse zeespiegelstijging. De resultaten bieden vooral betere voorwaarden waarmee ijskapmodellen kunnen worden aangepast en getest.

Wat betekent dit voor Nederland?

De mogelijke kettingreactie van mariene ijskliffen speelt een rol in scenario’s met een kleine kans maar een zeer grote impact. Het KNMI schreef in 2024 al dat dit mechanisme in de komende honderd jaar minder waarschijnlijk lijkt dan eerder werd aangenomen. Tegelijk waarschuwde het instituut dat andere processen alsnog tot extra ijsverlies en een hogere zeespiegel kunnen leiden.

KNMI heeft naar aanleiding van deze publicatie uit 2026 nog geen herziene Nederlandse zeespiegelscenario’s bekendgemaakt. Het is daarom niet verantwoord om te zeggen dat hoge scenario’s nu uit de plannen voor de Nederlandse kust kunnen worden verwijderd.

De Nederlandse betekenis is voorlopig vooral wetenschappelijk: de onzekerheidsmarge kan beter worden onderzocht. Modellen moeten niet alleen vragen hoe hoog een ijsklif is, maar ook hoe snel het ijs dunner wordt en of de bodem landinwaarts dikker ijs blootlegt. Pas wanneer zulke gegevens in grotere ijskapmodellen zijn verwerkt, kan duidelijk worden hoeveel de nieuwe waarnemingen aan toekomstige zeespiegelramingen veranderen.

Drie uitspraken naast het bewijs

“De ijskliffen kalven sneller dan gedacht.”
Ondersteund: in de onderzochte gevallen lagen de gemeten snelheden boven enkele bestaande modelbeschrijvingen.

“De gevreesde kettingreactie trad niet op.”
Ondersteund voor de gevolgde gevallen en meetperiode. Het is geen bewijs dat het mechanisme in de toekomst nergens kan optreden.

“Nederland kan zijn hoge zeespiegelscenario’s schrappen.”
Niet ondersteund door deze studie. KNMI heeft geen overeenkomstige wijziging bekendgemaakt en wijst ook op andere onzekerheden rond de Antarctische ijskap.

De nieuwe studie maakt de boodschap dus niet simpelweg gunstiger of ongunstiger. Zij laat zien dat hoge ijskliffen sneller kunnen verdwijnen dan modellen aannemen, terwijl natuurlijke remmen tegelijk voorkomen dat iedere instorting uitgroeit tot een onbeheersbare reeks. Juist die combinatie moet voortaan beter in de modellen worden verwerkt.

Lees ook: Stijgende zee kan nieuw leefgebied openen voor 122 invasieve zeedieren.

Bronnen

Onderzoekscheck

Zo weten we dit

Collegiaal getoetst

Bekijk de methode, beperkingen en oorspronkelijke bron achter dit verhaal.

Volledige onderzoekscheck 8 onderdelen
Onderzoeksopzet
Wereldwijde observationele satellietanalyse met een verdiepende tijdreeksanalyse van snel terugtrekkende gletsjers
Steekproef of materiaal
15.330 satellietwaarnemingen van ijskliffen; vier gletsjers werden in detail gevolgd
Vakblad of publicatie
Science
Onderzoeksinstelling
Woods Hole Oceanographic Institution, MIT en University of Michigan
Financiering
NSF, NASA, U.S. Department of Energy, DOMINOS/International Thwaites Glacier Collaboration en NERC
Belangenverklaring
Niet vermeld in de geraadpleegde openbare samenvatting.

Belangrijkste beperking

De meetperiode beslaat 2019–2023, zeer hoge kliffen waren zeldzaam en slechts een beperkt aantal snel terugtrekkende gletsjers kon in detail worden gevolgd.

Wat dit niet bewijst

De studie bewijst niet dat een zichzelf versterkende instorting in de toekomst onmogelijk is en levert geen nieuw cijfer voor de Nederlandse zeespiegelstijging.

Oorspronkelijke bron Science — Empirical constraints on ice-cliff calving

Nederlandse context

Wat betekent dit voor Nederland?

KNMI heeft naar aanleiding van deze studie nog geen herziene Nederlandse zeespiegelscenario’s bekendgemaakt. De gegevens kunnen toekomstige modellen wel beter begrenzen.

Transparantie

Updates en correcties

Bij dit artikel zijn geen inhoudelijke correcties of wetenschappelijke updates geregistreerd.

Zie je een fout of ontbreekt er context? Bekijk hoe we corrigeren.