Onderzoekscheck
Zo weten we dit
Bekijk de methode, beperkingen en oorspronkelijke bron achter dit verhaal.
Volledige onderzoekscheck 9 onderdelen
- Onderzoeksopzet
- CBS combineerde administratieve gegevens over landelijke subsidies en leningen voor woningverduurzaming over 2021–2025 en relateerde die aan de Nederlandse woningvoorraad.
- Steekproef of materiaal
- Ruim 850.000 unieke Nederlandse woningen binnen de onderzochte regelingen; samen 10,3 procent van de woningvoorraad. Een woning kan in de periode meer dan één maatregel of regeling hebben gebruikt.
- Vakblad of publicatie
- CBS Nieuws en dashboard Energiesubsidies woningen, gepubliceerd 29 september 2026 om 06.30 uur.
- Onderzoeksinstelling
- Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
- Financiering
- Niet afzonderlijk vermeld bij het officiële CBS-dataverhaal.
- Belangenverklaring
- Niet vermeld; dit is een officiële statistische publicatie van het CBS.
Belangrijkste beperking
De cijfers omvatten alleen de onderzochte landelijke regelingen. Ze tonen deelname en geregistreerde maatregelen, maar niet alle verduurzaming buiten die regelingen en niet de werkelijk gerealiseerde energie- of kostenbesparing.
Wat dit niet bewijst
Niet bewezen is dat VvE-structuren op zichzelf de lagere deelname veroorzaken, dat iedere geregistreerde maatregel dezelfde energiewinst oplevert of dat de gemeentelijke verschillen door één factor worden verklaard.
Tussen 2021 en 2025 kregen ruim 850.000 Nederlandse woningen via een onderzochte rijkssubsidie of -lening hulp bij verduurzaming. Woningen binnen een vereniging van eigenaars (VvE) deden minder vaak mee dan woningen daarbuiten. Het CBS ziet die achterstand, maar de cijfers bewijzen niet dat de VvE-constructie daarvan de enige oorzaak is.
Het CBS publiceerde de nieuwe analyse op 29 september. De ruim 850.000 woningen vormen samen 10,3 procent van de woningvoorraad. Meer dan 91 procent was een koopwoning.
Wat telt het CBS precies mee?
Het gaat om woningen die gebruikmaakten van landelijke regelingen, zoals subsidies voor isolatie of een lening uit het Warmtefonds. Daardoor zijn de cijfers concreter dan een enquête over plannen: ze komen uit administratieve registraties.
Tegelijk zijn ze geen compleet overzicht van alle Nederlandse renovaties. Wie zonder de onderzochte regelingen isoleerde, staat niet automatisch in deze telling. Een woning kan bovendien in meerdere jaren of voor verschillende maatregelen steun hebben ontvangen. Het CBS telt een woning in het totaal maar één keer, terwijl aantallen maatregelen wel kunnen optellen.
De registratie zegt evenmin hoeveel gas, elektriciteit of geld iedere woning uiteindelijk heeft bespaard. Zij laat zien welke maatregelen met steun zijn uitgevoerd, niet wat hun gemeten effect per huishouden was.
Isolatie voert de lijst aan
In 2025 ging het om bijna 300.000 woningen, 22 procent meer dan een jaar eerder. Bijna driekwart van de toegekende subsidies werd voor isolatie gebruikt. Glas- en deurisolatie kwam het vaakst voor, gevolgd door vloer-, dak- en muur- of spouwmuurisolatie.
Het aantal woningen met een gesubsidieerde hybride warmtepomp steeg in 2025 naar 87.800. Thuisbatterijen en zonnepanelen kwamen in deze regelingen veel minder vaak voor: respectievelijk 6.000 en 5.200 woningen.
De ontwikkeling liep niet ieder jaar omhoog. In 2024 daalde het aantal deelnemende woningen met 12 procent. Vooral gevel- en spouwmuurisolatie namen af. Het CBS noemt daarbij onder meer de beschermde status van vleermuizen, die de uitvoering kan vertragen, maar schrijft de hele daling niet aan één factor toe.
VvE-woningen blijven achter, maar halen in
Van woningen binnen een VvE gebruikte 5,5 procent in vijf jaar minstens één onderzochte regeling. Buiten een VvE was dat 11,4 procent. Dat verschil is relevant, omdat appartementen vaak gezamenlijke bouwdelen hebben en besluiten over dak, gevel of installaties met meerdere eigenaren moeten worden genomen.
Toch volgt uit de cijfers niet dat besluitvorming binnen een VvE de kloof volledig verklaart. Appartementen en eengezinswoningen verschillen ook in bouwtype, eigendom en mogelijke maatregelen. Positief is dat het aandeel VvE-woningen in de regelingen volgens het CBS de afgelopen jaren toenam.
Grote verschillen tussen gemeenten
In Stadskanaal maakte 32,7 procent van de woningen gebruik van een onderzochte regeling. Veendam en Pekela volgden met 28,2 en 28,0 procent. Amsterdam zat op 6,9 procent, Rotterdam op 9,3 procent en Den Haag op 9,6 procent.
Ook hier is voorzichtigheid nodig. Gemeenten verschillen bijvoorbeeld in het aandeel koopwoningen, appartementen en woningen binnen een VvE. Een laag percentage bewijst daarom niet dat inwoners of gemeenten niets aan verduurzaming doen.
Wie de situatie per gemeente of maatregel wil bekijken, kan het officiële CBS-dashboard over energiesubsidies voor woningen gebruiken. Voor Nederlandse huishoudens maken de cijfers vooral duidelijk dat landelijke steun veel woningen bereikt, maar niet iedere eigendomsvorm en regio in dezelfde mate.
Dit artikel geeft algemene informatie over landelijke regelingen en geen persoonlijk financieel advies.
Nederlandse context
Wat betekent dit voor Nederland?
De CBS-cijfers beschrijven Nederlandse woningen, landelijke verduurzamingsregelingen en verschillen tussen Nederlandse gemeenten en eigendomsvormen.
Transparantie
Updates en correcties
Zie je een fout of ontbreekt er context? Bekijk hoe we corrigeren.
