Onderzoekscheck
Zo weten we dit
Bekijk de methode, beperkingen en oorspronkelijke bron achter dit verhaal.
Volledige onderzoekscheck 9 onderdelen
- Onderzoeksopzet
- Nationale prognose- en what-if-analyse met het AZW-arbeidsmarktmodel. De onderzoekers wijzigden in scenario’s het gemiddelde aantal werkuren, verzuim, instroom en uitstroom en vergeleken de berekende tekorten tot 2033.
- Steekproef of materiaal
- Gegevens uit enquêtes en administratieve bronnen in de Nederlandse AZW-monitor. De berekeningen omvatten in 2022 circa 97.200 mbo-opgeleide geregistreerde verpleegkundigen en 54.660 hbo-opgeleide verpleegkundigen na correctie voor praktiserende verloskundigen.
- Vakblad of publicatie
- BMC Health Services Research, online gepubliceerd 24 augustus 2026 als Article in Press; DOI 10.1186/s12913-026-15403-3.
- Onderzoeksinstelling
- Nivel, Netherlands Institute for Health Services Research, en de afdeling Sociologie van Radboud Universiteit Nijmegen.
- Financiering
- De auteurs melden dat het onderzoek intern door Nivel is gefinancierd. De gebruikte AZW-monitor en het prognosemodel worden gefinancierd door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
- Belangenverklaring
- De auteurs verklaren geen concurrerende belangen.
Belangrijkste beperking
De uitkomsten hangen af van modelaannames. Het model voert geen formele gevoeligheidsanalyse uit, schat niet-lineaire interacties niet expliciet en kan onverwachte beleids-, economische en gedragsveranderingen niet volledig meenemen. De scenario’s zijn mogelijke uitkomsten, geen voorspellingen van wat daadwerkelijk zal gebeuren.
Wat dit niet bewijst
Niet bewezen dat Nederland in 2033 exact dit tekort heeft, dat individuele verpleegkundigen meer moeten werken, dat de doorgerekende veranderingen landelijk haalbaar zijn of dat behoud en meer uren het tekort in de praktijk met dezelfde percentages verminderen.
Als de huidige trends doorzetten, kan Nederland in 2033 ongeveer 29.100 geregistreerde verpleegkundigen tekortkomen. Dat is 14,6 procent van de berekende vraag. Het grootste verschil ontstaat in scenario’s waarin minder verpleegkundigen het beroep verlaten. De cijfers zijn geen vaststaande toekomstvoorspelling, maar uitkomsten van een arbeidsmarktmodel.
Onderzoekers van Nivel en Radboud Universiteit rekenden met Nederlandse gegevens door wat er gebeurt als het aantal werkuren, het verzuim, de instroom of de uitstroom verandert. Hun peer-reviewed studie in BMC Health Services Research verscheen in augustus. Nivel lichtte de resultaten op 28 september toe.
Vier knoppen aan hetzelfde model
De onderzoekers gebruikten de Arbeidsmarktmonitor Zorg en Welzijn, kortweg AZW. Die combineert administratieve gegevens en enquêtes over de Nederlandse zorgarbeidsmarkt. In de analyse zaten zowel mbo- als hbo-opgeleide geregistreerde verpleegkundigen. Het model berekent vraag en aanbod afzonderlijk en houdt onder meer rekening met instroom, uitstroom, vergrijzing, werkuren en ziekteverzuim.
Vervolgens veranderden de onderzoekers vier factoren: gemiddeld meer uren werken, minder verzuim, meer mensen die het beroep instromen en minder mensen die vertrekken. Het zijn zogenoemde what-ifscenario’s. Ze laten zien wat er binnen het model gebeurt als een aanname wordt veranderd; ze voorspellen niet dat die verandering ook werkelijk wordt gehaald.
Behoud weegt zwaarder dan nieuwe instroom
Van de afzonderlijke scenario’s had minder uitstroom het grootste effect. Bij een daling van de uitstroom met 20 procent komt het berekende tekort in 2033 uit rond 2,4 procent. Dat is veel lager dan de 14,6 procent in het basisscenario.
De sterkste combinatie koppelt die 20 procent lagere uitstroom aan gemiddeld 1,5 uur extra werk per week. Dan daalt het geraamde tekort tot 1,4 procent. Een voorzichtiger combinatie — 10 procent minder uitstroom en gemiddeld één uur extra — komt uit op 3,2 procent. Geen van de doorgerekende mogelijkheden laat het tekort volledig verdwijnen.
Meer instroom blijft nodig, maar werkt volgens dit model minder snel. Een opleiding kost tijd en de groeiende zorgvraag blijft ondertussen doorlopen. Ook minder ziekteverzuim helpt, maar verandert de raming minder sterk dan behoud van personeel.
Meer uren is geen simpele opdracht
De uitkomst betekent niet dat iedere verpleegkundige voortaan langer moet werken. Het model rekent met een gemiddelde stijging over de hele beroepsgroep. Of mensen daartoe bereid en in staat zijn, hangt volgens de studie onder meer af van roosters, werkdruk en de balans tussen werk en privé.
Hetzelfde geldt voor behoud. Een landelijke daling van de uitstroom met 20 procent vraagt inspanningen van veel zorgorganisaties. De onderzoekers noemen arbeidsomstandigheden, loopbaanmogelijkheden en ondersteuning als mogelijke aangrijpingspunten, maar hebben zulke maatregelen in deze studie niet afzonderlijk getest.
Een richtingaanwijzer, geen exacte voorspelling
Prognosemodellen zijn gevoelig voor hun aannames. Dit model voert geen formele gevoeligheidsanalyse uit en kan onverwachte veranderingen in beleid, economie, gedrag of zorgvraag niet volledig meenemen. De berekende percentages zijn daarom voorwaardelijke uitkomsten, geen zekerheid over 2033.
De auteurs melden geen concurrerende belangen. Het onderzoek is intern gefinancierd door Nivel; de gebruikte AZW-monitor wordt gefinancierd door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Voor Nederland is de hoofdboodschap vooral beleidsmatig: alleen nieuwe verpleegkundigen opleiden is waarschijnlijk niet genoeg. Wie het toekomstige tekort wil verkleinen, moet ook voorkomen dat ervaren mensen vertrekken en voorwaarden creëren waaronder wie dat wil iets meer kan werken. Welke maatregelen dat in de praktijk het beste bereiken, vraagt aanvullend onderzoek en keuzes van werkgevers en overheid.
Nederlandse context
Wat betekent dit voor Nederland?
De analyse betreft uitsluitend de Nederlandse beroepsgroep, gebruikt gegevens uit de Nederlandse AZW-monitor en is uitgevoerd door Nivel en Radboud Universiteit. De uitkomsten veranderen nog geen arbeidsmarktbeleid of zorgadvies.
Transparantie
Updates en correcties
Zie je een fout of ontbreekt er context? Bekijk hoe we corrigeren.
