Onderzoekscheck
Zo weten we dit
Bekijk de methode, beperkingen en oorspronkelijke bron achter dit verhaal.
Volledige onderzoekscheck 9 onderdelen
- Onderzoeksopzet
- Klein longitudinaal experiment in twee cohorten. Deelnemers droegen op maat gemaakte asymmetrische rubberen oorvormen in het dagelijks leven en lokaliseerden herhaaldelijk geluiden in een donkere, stille testruimte.
- Steekproef of materiaal
- Elf volwassenen van 23 tot 52 jaar met normaal gehoor; vier vrouwen. Draagtijd varieerde van 3 tot 59 dagen. De onderzoekers testten breedbandige, hoogdoorlaat- en laagdoorlaatgeluiden.
- Vakblad of publicatie
- European Journal of Neuroscience, online gepubliceerd 25 september 2026, volume 64, nummer 6, artikel e70685; DOI 10.1111/ejn.70685.
- Onderzoeksinstelling
- Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour en Radboud Universiteit, Nijmegen.
- Financiering
- Onder meer een Europese Marie Curie-fellowship (MEST-CT-2004-007825), een NWO Vici-beurs (ALW 865.05.003) en Radboud Universiteit.
- Belangenverklaring
- De auteurs verklaren geen concurrerende belangen. Drie auteurs deden zelf als deelnemer mee; één deelnemer was destijds promovendus.
Belangrijkste beperking
Slechts elf deelnemers, uiteenlopende draagtijden, deels zelfdeelname door onderzoekers en oude experimenten. De verticale lokalisatie herstelde wisselend en onvolledig; hersenaanpassing is afgeleid uit gedrag en niet rechtstreeks met hersenbeeldvorming gemeten.
Wat dit niet bewijst
Niet bewezen dat mensen gehoor van een uil kregen, dat het effect bij iedereen optreedt, dat de hersenen anatomisch veranderden of dat de methode een werkzame behandeling voor gehoorproblemen is.
Elf volwassenen droegen dagen tot weken asymmetrische rubberen oorvormen die waren geïnspireerd op de ongelijke oren van een kerkuil. Daardoor konden ze aanvankelijk veel slechter bepalen of een geluid van boven of beneden kwam. Met oefening herstelde die vaardigheid gedeeltelijk, maar nooit volledig. Hun brein is niet gescand: uit het veranderde luistergedrag leiden de onderzoekers af dat het volwassen gehoorsysteem nieuwe aanwijzingen deels kan leren gebruiken.
De proef van Radboud Universiteit en het Donders Instituut klinkt speels, maar onderzoekt een serieuze vraag. Wie een hoortoestel of implantaat krijgt, moet soms opnieuw leren welke geluidskenmerken bij een richting horen. Hoe flexibel blijft dat vermogen bij volwassenen?
Een kunstmatige draai aan het oor
Onze twee oren gebruiken kleine verschillen in aankomsttijd en geluidssterkte om links en rechts te bepalen. Voor boven en beneden zijn ook veranderingen belangrijk die de oorschelp aan het geluid geeft. De onderzoekers maakten rubberen vormen die deze natuurlijke patronen opzettelijk veranderden. De vorm was asymmetrisch, zoals de ooropening bij een kerkuil, maar de deelnemers kregen daarmee geen gehoor van een uil.
De elf deelnemers waren 23 tot 52 jaar oud en hadden normaal gehoor. Ze droegen de vormen in het dagelijks leven, behalve tijdens het slapen, gedurende 3 tot 59 dagen. Op bijna iedere werkdag zaten ze in een donkere, stille ruimte. Daar moesten ze met een op het hoofd bevestigde laser aanwijzen waar een geluid vandaan kwam, zonder te horen of hun antwoord goed was.
Het links-rechts horen bleef grotendeels intact. De grootste verstoring zat in de verticale richting. Breedbandige geluiden, met veel frequenties tegelijk, werden na verloop van tijd beter geplaatst. Bij geluiden met een beperkter frequentiebereik was het herstel zwakker of grilliger. Niemand keerde tijdens de proef volledig terug naar het eerdere niveau.
Wat veranderde er waarschijnlijk?
De peer-reviewed studie in European Journal of Neuroscience laat een gedragsverandering zien. De onderzoekers vermoeden dat deelnemers bestaande tijd- en sterkteverschillen tussen de oren anders gingen wegen toen de oorschelp nieuwe signalen opleverde. Vooral informatie in lagere frequenties kan daarbij hebben geholpen.
Dat is een verklaring, geen rechtstreeks gemeten hersenmechanisme. Er zijn geen scans of metingen van veranderde hersencellen gemaakt. De proef toont evenmin dat deelnemers nieuwe oren ‘begrepen’ zoals een dier dat doet. Hun prestaties werden alleen beter binnen een reeks gecontroleerde lokaliseertaken.
Kleine groep, lange voorgeschiedenis
De steekproef was klein. Drie auteurs deden zelf mee en één andere deelnemer was destijds promovendus. De experimenten vonden bovendien al plaats in 2008 en 2010; nieuw is de peer-reviewed publicatie in 2026. Verschillen in draagtijd en het ontbreken van een aparte controlegroep maken het lastig om precieze grenzen aan het leereffect te geven.
De auteurs melden geen concurrerende belangen. De financiering kwam onder meer uit een Europese Marie Curie-fellowship, een NWO Vici-beurs en Radboud Universiteit. Zelfdeelname hoeft de resultaten niet ongeldig te maken, maar is bij zo’n kleine groep wel belangrijke context.
Geen behandeling, wel een aanwijzing
Voor mensen met gehoorproblemen verandert dit onderzoek nu geen behandeling of advies. Het laat niet zien dat kunstmatige ‘uilenoren’ het gehoor verbeteren. De oorspronkelijke vaardigheid werd juist eerst verstoord.
De praktische waarde zit voorlopig in het mechanisme: een volwassen gehoorsysteem kan na een ingrijpende verandering deels leren omgaan met nieuwe ruimtelijke aanwijzingen. Of die kennis later helpt bij het ontwerpen of instellen van hoorhulpmiddelen, vraagt groter en moderner onderzoek bij mensen voor wie zulke hulpmiddelen daadwerkelijk bedoeld zijn.
Dit artikel geeft algemene informatie over onderzoek en is geen persoonlijk medisch advies.
Nederlandse context
Wat betekent dit voor Nederland?
Het experiment is uitgevoerd door onderzoekers van Radboud Universiteit en het Donders Instituut in Nijmegen. De uitkomst is fundamenteel gehooronderzoek en verandert geen Nederlandse behandeling of medisch advies.
Transparantie
Updates en correcties
Zie je een fout of ontbreekt er context? Bekijk hoe we corrigeren.
