Onderzoekscheck
Zo weten we dit
Bekijk de methode, beperkingen en oorspronkelijke bron achter dit verhaal.
Volledige onderzoekscheck 9 onderdelen
- Onderzoeksopzet
- Verkennende laboratoriumanalyse van vijf droge, op vis gebaseerde kattenvoerproducten; één monster per product en geen herhaalde productiebatches.
- Steekproef of materiaal
- Vijf droge visbrokken of kattensnacks van huismerken van Albert Heijn, Aldi, Jumbo, Lidl en PLUS.
- Vakblad of publicatie
- Greenpeace Nederland-rapport, gepubliceerd bij een bericht van 3 oktober 2026; niet peer-reviewed.
- Onderzoeksinstelling
- Analyse uitgevoerd door NORMEC Groen Agro Control; rapport geschreven door emeritus hoogleraar milieuchemie en toxicologie Jacob de Boer. De inhoudelijke verantwoordelijkheid blijft volgens het rapport bij Greenpeace Nederland.
- Financiering
- Het onderzoek is door Greenpeace Nederland uitgevoerd of in opdracht gegeven; het publieke rapport vermeldt geen afzonderlijke externe financier.
- Belangenverklaring
- Greenpeace is een campagneorganisatie die voor streng PFAS-beleid pleit. Het rapport is daarom als advocacy evidence behandeld en de meetresultaten zijn gescheiden van de beleidsaanbevelingen.
Belangrijkste beperking
Per product is slechts één monster getest. Daardoor zijn verschillen tussen batches, productielocaties, grondstoffen en seizoenen onbekend en kan niet over al het Nederlandse kattenvoer worden geconcludeerd.
Wat dit niet bewijst
Niet bewezen is dat alle kattenvoer van de vijf supermarkten dezelfde concentraties bevat, dat de gemeten hoeveelheden katten ziek maken, dat vis de bron van de PFAS is of dat één merk onveiliger is dan andere merken.
PFAS is aangetroffen in vijf droge kattenvoerproducten die in Nederlandse supermarkten worden verkocht. In alle vijf monsters vond een laboratorium trifluorazijnzuur, kortweg TFA. In één monster werd daarnaast een andere PFAS gemeten: PFNA.
Dat klinkt als een duidelijke waarschuwing voor kattenbezitters, maar de test geeft nog geen rechtstreeks gezondheidsoordeel. Greenpeace liet per product maar één monster onderzoeken, er werden geen verschillende productiebatches vergeleken en voor kattenvoer bestaan geen specifieke wettelijke PFAS-grenzen.
Wat is er precies getest?
Het ging om vijf droge, op vis gebaseerde huismerkproducten van Albert Heijn, Aldi, Jumbo, Lidl en PLUS. Laboratorium NORMEC Groen Agro Control onderzocht de monsters op TFA en op 25 langere PFAS-verbindingen. De reguliere PFAS-analyse was geaccrediteerd; de specifieke TFA-analyse niet.
| Getest product | TFA (µg/kg) | Langere PFAS (µg/kg) |
|---|---|---|
| Albert Heijn, Premium brok adult zalm | 210 | 0,12 PFNA |
| Aldi, Cachet kattensnacks met zalm | 68 | lager dan 0,1 |
| Jumbo, volwassen kat zalm & rijst | 110 | lager dan 0,1 |
| Lidl, Coshida high premium met zalm | 230 | lager dan 0,1 |
| PLUS, Premium brokjes adult zalm | 170 | lager dan 0,1 |
TFA werd dus in alle vijf monsters gevonden, met een gemiddelde van 158 microgram per kilogram. Van de 25 langere PFAS kwam alleen PFNA boven de rapportagegrens uit. Dat gebeurde in het monster van Albert Heijn, met 0,12 microgram per kilogram.
De tabel zegt iets over deze vijf onderzochte monsters, niet over alle verpakkingen die bij de vijf ketens zijn verkocht. Omdat iedere productnaam maar één keer is bemonsterd, is onbekend hoeveel de concentraties tussen productiebatches, grondstoffen, productielocaties of seizoenen variëren.
Waar komt ‘vijftig keer boven de norm’ vandaan?
In verschillende berichten springt vooral één getal eruit: het Albert Heijn-monster zou vijftig keer boven een norm uitkomen. Dat getal staat in het rapport, maar is geen rechtstreekse vergelijking met een wettelijke norm voor kattenvoer. Het ontstaat uit een rekenmodel met meerdere tussenstappen.
Als voorbeeld gebruikt het rapport een kat van 3,5 kilogram die dagelijks 100 gram droogvoer eet. Bij het gemiddelde TFA-gehalte zou die kat ongeveer 16 microgram TFA per dag binnenkrijgen.
Voor PFNA begint de berekening met 0,12 microgram per kilogram voer. Een portie van 100 gram levert dan 0,012 microgram, oftewel 12 nanogram PFNA per dag. In de RIVM-PEQ-methode wordt PFNA vervolgens met een toxiciteitsfactor van 10 gewogen. Dat maakt 120 nanogram PFNA-equivalenten. Vergeleken met de voor een kat omgerekende 2,2 nanogram per dag is dat ongeveer 55 keer; het rapport rondt dit af op vijftig keer.
Zonder die factor 10 — in de vergelijking die het rapport aan EFSA ontleent — wordt dezelfde 12 nanogram afgezet tegen 2,2 nanogram. Dan komt de uitkomst uit op ongeveer 5,5, afgerond zes keer. Het gemeten PFNA-gehalte verandert dus niet; alleen de gekozen manier om de toxiciteit te wegen verandert de uitkomst.
| Stap | RIVM-PEQ-vertaling | EFSA-stijlvergelijking |
|---|---|---|
| Berekende PFNA-inname bij 100 gram voer | 12 ng per dag | 12 ng per dag |
| Extra weging voor relatieve toxiciteit | × 10 | geen factor 10 |
| Waarde die met 2,2 ng per dag wordt vergeleken | 120 ng | 12 ng |
| Indicatieve uitkomst | ongeveer 50–55× | ongeveer 5,5–6× |
Beide uitkomsten vragen voorzichtigheid. De 2,2 nanogram is geen vastgestelde veilige grens voor katten, maar een vertaling van mensgerichte waarden naar een kat op basis van lichaamsgewicht. Ook de aangenomen portie van 100 gram per dag geldt niet voor iedere kat.
En hoe zit het met TFA?
Volgens de recente EFSA-benadering blijft de berekende 16 microgram TFA per dag onder de afgeleide dagelijkse waarde van 49 microgram voor een kat van 3,5 kilogram. Een vertaling met de door het RIVM gebruikte toxiciteitsequivalenten komt juist ongeveer vijftien keer boven een indicatieve waarde uit. Het rapport noemt de onzekerheid van die tweede vergelijking uitdrukkelijk groot.
Het verschil is belangrijk: ‘PFAS gevonden’ is een meetresultaat, maar ‘boven de norm’ is hier een berekende vergelijking die afhankelijk is van de gekozen methode. Het rapport laat geen onderzoek zien naar ziekteverschijnselen bij katten die dit voer aten.
Dezelfde ultrakorte PFAS dook eerder op in een ander Nederlands productonderzoek. Feitvast legde toen uit wat de vondst van TFA in twaalf geteste bieren wel en niet betekent.
Drie details die de uitslag in perspectief plaatsen
Onder de rapportagegrens is niet hetzelfde als nul. Bij de vier monsters waarin geen langere PFAS boven 0,1 microgram per kilogram werd gerapporteerd, kunnen kleinere hoeveelheden aanwezig zijn die met deze methode niet betrouwbaar worden gekwantificeerd. Het juiste oordeel is daarom ‘lager dan 0,1’, niet ‘PFAS-vrij’.
De TFA-test viel buiten de genoemde accreditatie. NORMEC Groen Agro Control is volgens het rapport geaccrediteerd voor de reguliere PFAS-analyses, maar niet voor TFA. Voor TFA gebruikte het laboratorium een specifieke vloeistofchromatografiemethode met een rapportagegrens van 10 microgram per kilogram. Dat betekent niet dat de TFA-metingen onjuist zijn, maar het is relevante kwaliteitsinformatie die bij vervolgonderzoek onafhankelijk moet worden bevestigd.
De bron van de PFAS is niet vastgesteld. Alle vijf producten waren droge vis- of zalmproducten. Toch zijn de visgrondstof, het water, de verpakking en de productielijn niet afzonderlijk getest. Op basis van deze vijf eindproducten kan daarom niet worden vastgesteld of de PFAS uit vis, verpakking, verwerking of een andere route kwam.
| Vraag | Wat het onderzoek laat zien | Wat nog niet vaststaat |
|---|---|---|
| Zit er PFAS in de vijf monsters? | Ja: TFA in alle vijf en PFNA in één. | Of andere batches dezelfde waarden hebben. |
| Is het voer daardoor onveilig? | Het rapport berekent indicatieve overschrijdingen bij sommige aannames. | Er is geen kattenspecifieke norm en geen rechtstreeks gezondheidsoordeel. |
| Geldt dit voor al het kattenvoer? | Nee, alleen vijf droge visproducten zijn getest. | Natvoer, vleesvoer, andere merken en meer batches ontbreken. |
| Moet een eigenaar direct wisselen? | Het rapport bevat geen individuele voedingsrichtlijn. | Welke keuze voor één kat medisch of voedingskundig het beste is. |
Wat betekent dit voor kattenbezitters?
De metingen zijn een goede reden voor groter onafhankelijk vervolgonderzoek, maar niet voor paniek over ieder zakje brokken. Op basis van vijf monsters kan geen ranglijst van supermarkten worden gemaakt en evenmin worden vastgesteld welk product katten ziek maakt.
Wie zich zorgen maakt, kan productinformatie en eventuele officiële meldingen volgen. Bij vragen over de gezondheid of voeding van een individuele kat is een dierenarts de aangewezen bron. Zelf abrupt wisselen van voer op basis van deze ene steekproef kan bij sommige dieren bovendien nieuwe voedingsproblemen geven.
De bredere Nederlandse context is dat PFAS via meerdere routes in mens, dier en milieu terechtkomt. Feitvast bundelde de huidige overheidsinformatie eerder in het overzicht PFAS in Nederland: wat weten we over kraanwater, bloed en voeding?. De nieuwe kattenvoertest voegt daar een opvallend signaal aan toe, maar geen landelijk beeld van kattenvoer.
Wie zat achter het onderzoek?
Greenpeace Nederland gaf opdracht voor het verkennende onderzoek en pleit in het rapport voor strengere PFAS-regels. De laboratoriumanalyse werd uitgevoerd door NORMEC Groen Agro Control. Emeritus hoogleraar milieuchemie en toxicologie Jacob de Boer schreef het rapport met aandacht voor methode, interpretatie en conclusies; de inhoudelijke verantwoordelijkheid bleef volgens het document bij Greenpeace.
Die herkomst maakt de meetwaarden niet automatisch onjuist, maar vraagt wel om een duidelijke scheiding tussen laboratoriumresultaten, indicatieve risico-inschattingen en de beleidsboodschap van de campagneorganisatie. Het rapport zelf erkent dat meerdere batches, meer soorten voer en een statistisch onderbouwde steekproef nodig zijn.
Bronnen en transparantie
- Greenpeace Nederland: bericht over PFAS in kattenbrokjes
- Volledig rapport: PFAS in kattenvoer
- EFSA: gezondheidskundige waarden voor TFA
- RIVM: PFAS in voedsel
Feitvast controleerde de meetwaarden en beperkingen op 4 oktober 2026 in het volledige rapport. Dit artikel geeft algemene informatie en geen individueel veterinair advies.
Nederlandse context
Wat betekent dit voor Nederland?
Het verkennende onderzoek betreft vijf in Nederland verkrijgbare visbrokken van de huismerken van Albert Heijn, Aldi, Jumbo, Lidl en PLUS. De steekproef ondersteunt geen uitspraak over al het kattenvoer van deze ketens.
Transparantie
Updates en correcties
Inhoudelijke update: Het rapport vraagt om grotere, statistisch onderbouwde steekproeven met meerdere batches, plus onderzoek naar natvoer en voer op basis van vlees.
Zie je een fout of ontbreekt er context? Bekijk hoe we corrigeren.
