Wie twee pakken ontbijtgranen vergelijkt, kijkt al snel naar het suikergehalte. Minder suiker lijkt dan vanzelf de betere keuze. Een nieuw Europees overzicht laat zien waarom die snelle conclusie niet altijd klopt: in 15 van 16 landen met meerdere meetmomenten daalde het gemiddelde suikergehalte, terwijl totaal en verzadigd vet in de meeste landen juist toenamen.
Het Joint Research Centre van de Europese Commissie analyseerde gegevens over ruim 180.000 verpakte voedingsmiddelen en dranken. De belangrijkste beperking voor Nederlandse lezers staat niet in de grote koppen: Nederland behoort niet tot de 21 onderzochte landen. Dit rapport zegt dus veel over patronen in het Europese productaanbod, maar meet niet rechtstreeks wat er in Nederlandse supermarkten ligt of wordt gekocht.
Het onderzoek in 30 seconden
- FABLE, de Europese databank achter het onderzoek, bevat ruim 180.000 productrecords uit 21 landen.
- Het gedetailleerde rapport richt zich op ontbijtgranen, broodproducten, zuivel en desserts, vleeswaren en frisdranken.
- De nieuwste-data-analyse gebruikt 64.645 producten; voor trends waren 93.230 productrecords beschikbaar.
- Onderzoekers vergeleken suiker, totaal vet, verzadigd vet, zout, eiwit en vezels op basis van informatie op verpakkingen.
- Nederland ontbreekt. Het rapport kondigt ook geen wijziging van Nederlands voedingsadvies aan.
Minder suiker kan samengaan met meer vet
De opvallendste uitkomst is niet dat Europees supermarktvoedsel simpelweg gezonder of ongezonder wordt. Het beeld is gemengd. Geen enkele van de vijf productcategorieën liet voor alle onderzochte voedingsstoffen dezelfde gunstige richting zien.
| Productcategorie | Richting van de gemeten veranderingen |
|---|---|
| Ontbijtgranen | suiker en zout daalden; totaal vet, verzadigd vet, eiwit en vezels stegen |
| Broodproducten | suiker, totaal vet en verzadigd vet stegen; zout, eiwit en vezels daalden |
| Zuivel en desserts | suiker daalde; totaal vet, verzadigd vet, zout en eiwit stegen; vezels hadden geen duidelijke richting |
| Vleeswaren en vergelijkbare producten | suiker steeg; zout, eiwit en vezels daalden; totaal en verzadigd vet hadden geen duidelijke richting |
| Frisdranken | totaal vet, verzadigd vet, eiwit en vezels stegen; suiker en zout hadden geen duidelijke richting |
Bij broodproducten en frisdranken kunnen de trends mede zijn beïnvloed doordat in latere meetrondes meer subcategorieën zijn opgenomen. Bij frisdranken zijn de absolute hoeveelheden van veel andere voedingsstoffen dan suiker bovendien klein. De richting van een verandering is daarom niet automatisch een oordeel over de gezondheid van de hele categorie.
Bij ontbijtgranen daalde totaal suiker in 15 van de 16 landen met meer dan één meetmoment. Dat klinkt gunstig. Tegelijk stegen totaal en verzadigd vet in de meeste landen. Bij zuivel en desserts daalde suiker in 11 van de 15 landen, maar nam zout in 10 van de 15 toe.
Dat is de kern van de waarschuwing van de onderzoekers: een fabrikant kan één getal verbeteren zonder dat het volledige voedingsprofiel erop vooruitgaat. Een claim als ‘minder suiker’ vertelt daarom niet wat er met vet, zout of vezels is gebeurd.
Hoe groot zijn de verschillen binnen hetzelfde schap?
Zelfs producten die in dezelfde brede categorie vallen, kunnen sterk verschillen. Bij subcategorieën van ontbijtgranen liepen de gemiddelde suikergehalten per land uiteen van ongeveer 1,2 tot 27,6 gram per 100 gram. Bij vleeswaren varieerde verzadigd vet van 0,7 tot 14,2 gram per 100 gram.
Die spreiding laat zien dat een andere samenstelling technisch mogelijk is: producten met gunstiger waarden bestaan al naast ongunstiger varianten. Maar een land met relatief veel ongezoete ontbijtgranen of platbrood in de dataset kan een gunstiger gemiddelde krijgen dan een land waarin meer gevulde ontbijtgranen of banketproducten zijn gemeten. Daarom is een simpele landenranglijst niet verantwoord.
De JRC-toelichting geeft ook een concreet zoutvoorbeeld. Twee à drie plakken ham op een broodje en twee plakken bacon in een salade kunnen volgens de gebruikte gemiddelden al ongeveer 40 procent leveren van de maximale vijf gram zout per dag waarmee het JRC rekent, nog zonder het zout uit brood of saus mee te tellen. Dat is een rekenvoorbeeld uit de betrokken datasets, geen meting van een Nederlandse maaltijd.
Wat is hier precies gemeten?
De onderzoekers gebruikten voedingswaardedeclaraties van verpakte producten. De gegevens kwamen uit winkelbezoeken, gegevens van retailers en online bronnen. In de vijf prioriteitscategorieën werden 103.279 producten verzameld; 4.049 daarvan vielen af tijdens de gegevensopschoning. De analyse met de nieuwste beschikbare meetronde per land omvat vervolgens 64.645 producten. Voor de trendanalyse gebruikte het JRC 93.230 productrecords.
Het gaat dus hoofdzakelijk over het productaanbod op basis van etiketten. Het rapport meet niet rechtstreeks hoeveel van ieder product is verkocht, wat individuele mensen op een dag aten of welke gezondheidseffecten bij hen optraden. Verse en onverpakte producten vallen eveneens buiten dit centrale beeld.
Ook de meetmomenten zijn niet overal gelijk. Veel gegevens zijn verzameld tussen 2019 en 2023, terwijl een deel van de Franse gegevens ouder is. In sommige latere meetrondes kwamen extra subcategorieën bij. Vooral bij broodproducten en frisdranken kan dat een schijnbare verandering veroorzaken zonder dat exact hetzelfde product door de tijd is gevolgd.
Nederland ontbreekt — wat meten we hier wél?
Een Nederlandse meting die inhoudelijk dichter bij de JRC-analyse ligt, is de NAPV-monitor 2025 van het RIVM. Die vergelijkt voor supermarktproducten de hoeveelheid zout, verzadigd vet, suiker en vezels per 100 gram met gegevens uit 2020, of uit 2022 bij kant-en-klaarmaaltijden.
De Nederlandse resultaten wijzen net als het Europese overzicht niet één kant op. In een kwart van de voedingsmiddelengroepen lag het zoutgehalte 0,1 tot 0,3 gram per 100 gram lager dan in 2020. Ook het suikergehalte was in een kwart van de groepen lager: 2 tot 4 gram per 100 gram bij voedingsmiddelen en 0,5 gram bij dranken. Voor verzadigd vet waren de uitkomsten gemengd. In de verkoopgewogen analyse waren de veranderingen vaker gunstig dan ongunstig, wat betekent dat producten met lagere gehalten naar verhouding meer werden verkocht.
De NAPV-monitor sluit qua voedingsstoffen beter aan bij het Europese onderzoek, maar de categorieën, databronnen en vergelijkingsjaren zijn niet gelijk. De cijfers maken daarom nog steeds geen verantwoorde ranglijst tussen Nederland en de 21 FABLE-landen mogelijk.
Wie wil weten hoe het Nederlandse supermarktaanbod ervoor staat, heeft een andere officiële meting nodig. RIVM, Voedingscentrum en Wageningen University & Research rapporteerden in juni 2026 dat ongeveer 40 procent van de in 2025 verkochte kilo’s supermarktproducten binnen de Schijf van Vijf viel.
Deze verkoopmonitor en de Europese FABLE-analyse beantwoorden verschillende vragen:
| Europese JRC-analyse | Nederlandse RIVM-monitor |
|---|---|
| kijkt naar voedingswaarden op verpakte producten | kijkt naar verkochte kilo’s die binnen de Schijf van Vijf vallen |
| omvat 21 landen, zonder Nederland | gaat uitsluitend over Nederlandse supermarkten |
| vergelijkt zes voedingsstoffen en productcategorieën | gebruikt Nederlandse criteria voor de Schijf van Vijf |
| helpt productverbetering volgen | brengt het aandeel in het werkelijke verkoopvolume in beeld |
De 40 procent kan daarom niet worden gebruikt om Nederland in een Europese ranglijst te plaatsen. Bovendien noemt RIVM dit een eerste meting. De methode moet worden doorontwikkeld voordat stevige conclusies over trends mogelijk zijn.
Voedingswaarde vergelijken: kijk verder dan suiker
De belangrijkste praktische les is eenvoudig: beoordeel een product niet op één opvallende claim. Het Voedingscentrum adviseert om twee vergelijkbare producten naast elkaar te zetten en de waarden per 100 gram of 100 milliliter te gebruiken. Een door de fabrikant gekozen portie kan de vergelijking vertroebelen.
Let vervolgens niet alleen op suiker:
- vergelijk producten binnen dezelfde soort;
- kijk per 100 gram of milliliter;
- controleer naast suiker ook verzadigd vet, zout en vezels;
- lees de ingrediëntenlijst, waarin het meest gebruikte ingrediënt vooraan staat;
- behandel claims als ‘light’ of ‘vezelrijk’ niet als bewijs dat het hele product gezond is.
Voor Nederlandse consumenten verandert vandaag geen richtlijn. Het Europese onderzoek maakt vooral zichtbaar waarom productverbetering breder moet zijn dan één gunstig getal op de voorkant. Het JRC verwacht na 2027 nieuwe gegevens aan FABLE toe te voegen. Met actuelere en beter vergelijkbare metingen kan duidelijker worden of het totale voedingsprofiel werkelijk verbetert. Vergelijkbare Nederlandse data zouden daarnaast pas een verantwoorde aansluiting op dit Europese overzicht mogelijk maken.
Dit artikel geeft algemene informatie over voedingswaarden en is geen persoonlijk medisch of dieetadvies.
Onderzoekscheck
Zo weten we dit
Bekijk de methode, beperkingen en oorspronkelijke bron achter dit verhaal.
Volledige onderzoekscheck 8 onderdelen
- Onderzoeksopzet
- Cross-sectionele analyse van voedingswaardedeclaraties op verpakte producten, aangevuld met trendanalyses voor landen met meerdere meetmomenten en een afzonderlijke schatting op basis van EFSA-consumptiegegevens.
- Steekproef of materiaal
- Meer dan 180.000 productrecords in FABLE; 103.279 verzamelde producten in de vijf prioriteitscategorieën; 64.645 producten in de analyse met nieuwste gegevens en 93.230 in de trendanalyse.
- Vakblad of publicatie
- Publications Office of the European Union / JRC Science for Policy Report
- Onderzoeksinstelling
- European Commission Joint Research Centre
- Financiering
- De gegevensverzameling en infrastructuur kwamen voort uit EU-gefinancierde programma's en gezamenlijke acties, waaronder EUREMO, JANPA en Best-ReMaP.
- Belangenverklaring
- Geen afzonderlijke belangenverklaring aangetroffen in het geraadpleegde JRC-rapport; het betreft institutionele beleidsanalyse van het Joint Research Centre.
Belangrijkste beperking
Nederland ontbreekt in de 21 landen. Meetjaren, verzamelmethoden en dekking van subcategorieën verschillen. De analyse gebruikt etiketwaarden en meet hoofdzakelijk het aanbod van verpakte producten, niet rechtstreeks aankopen, complete voedingspatronen of gezondheidseffecten.
Wat dit niet bewijst
Het rapport bewijst niet dat alle Europese of Nederlandse supermarktproducten gezonder of ongezonder zijn geworden, dat landen betrouwbaar kunnen worden gerangschikt, of dat een verandering in één voedingsstof individuele gezondheidseffecten veroorzaakt.
Nederlandse context
Wat betekent dit voor Nederland?
GENERAL_INTEREST
Transparantie
Updates en correcties
Inhoudelijke update: Het JRC bundelt geharmoniseerde Europese etiketgegevens en laat zien dat productverbetering gemengd verloopt: gunstige veranderingen in suiker of zout kunnen samengaan met ongunstige veranderingen in vet, eiwit of vezels.
Zie je een fout of ontbreekt er context? Bekijk hoe we corrigeren.
