In 2045 krijgen naar verwachting bijna 170.000 mensen in Nederland de diagnose kanker. Dat zijn er ruim 450 per dag. Het aantal is groot, maar het is geen voorspelling dat de persoonlijke kans van iedere Nederlander met hetzelfde percentage stijgt.
De nieuwe toekomstverkenning van Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) is vooral belangrijk omdat zij een eerdere prognose actualiseert. IKNL gebruikt meer recente registratiedata, een andere rekenmethode en stelt de verwachting voor meerdere kankersoorten bij. Daardoor vertelt het onderzoek niet alleen hoeveel diagnoses er mogelijk komen, maar ook waarom een prognose na vier jaar kan veranderen.
De prognose in 30 seconden
- Bijna 170.000 nieuwe kankerdiagnoses per jaar in 2045.
- Dat is ongeveer 23 procent meer dan de 136.000 geregistreerde diagnoses in 2024.
- Het aantal sterfgevallen aan kanker stijgt volgens de raming van meer dan 46.000 in 2024 naar meer dan 57.000 in 2045.
- De belangrijkste motor achter de hogere aantallen is de veranderende bevolking: Nederland groeit en telt zowel relatief als absoluut meer oudere mensen.
- Na correctie voor leeftijd blijft het risico in de bevolking naar verwachting ongeveer stabiel. De kans om aan kanker te overlijden daalt volgens IKNL verder.
Dat laatste onderscheid is essentieel. Een samenleving met veel meer 75-plussers kan meer kankerdiagnoses tellen, ook wanneer de kans binnen afzonderlijke leeftijdsgroepen nauwelijks verandert.
Dezelfde richting, maar een ander tussenpunt
IKNL publiceerde in 2022 al een prognose tot en met 2032. De nieuwe berekening bevestigt de hoofdtrend — meer diagnoses door bevolkingsgroei en vergrijzing — maar komt voor dat jaar iets lager uit.
| Verwachte diagnoses in 2032 | Prognose uit 2022 | Nieuwe prognose uit 2026 |
|---|---|---|
| Vrouwen | ruim 73.000 | ruim 70.000 |
| Mannen | ruim 83.000 | 82.000 |
Dit betekent niet dat de oude prognose ‘fout’ was en de nieuwe definitief juist is. Een prognose is een berekende toekomst onder aannames. Nieuwe registratiedata laten zien of recente trends doorzetten, afvlakken of van richting veranderen. Met die informatie wordt de volgende raming nauwkeuriger, maar niet zeker.
Welke verwachtingen zijn bijgesteld?
De verschillen zitten niet alleen in het totaal. Vergeleken met de prognose uit 2022 verwacht IKNL nu bij enkele kankersoorten minder diagnoses dan eerder, terwijl andere ramingen juist hoger uitvallen.
| Lager geraamd dan in 2022 | Hoger geraamd dan in 2022 |
|---|---|
| Alvleesklierkanker | Prostaatkanker |
| Dikkedarm- en endeldarmkanker | Melanoom |
| Ductaal carcinoma in situ (DCIS) | Baarmoederhalskanker |
| — | Schildklierkanker |
Zo’n bijstelling kan verschillende oorzaken hebben. De geregistreerde ontwikkeling kan anders verlopen dan eerder gedacht. Ook veranderingen in screening of diagnostiek kunnen invloed hebben op het aantal ontdekte gevallen. De tabel zegt op zichzelf niet waarom elke afzonderlijke kankersoort hoger of lager uitkomt; daarvoor is aanvullend onderzoek per kankersoort nodig.
IKNL verwacht bij de sterfte eveneens verschuivingen. De nieuwe ramingen zijn lager voor onder meer borst-, long- en darmkanker, maar hoger voor tumoren van het centrale zenuwstelsel, eierstokkanker en melanoom. Een hoger aantal diagnoses en een dalend sterfterisico kunnen tegelijk bestaan, bijvoorbeeld doordat mensen eerder worden gediagnosticeerd of langer leven na een diagnose.
Waarom gebruikt IKNL een ander model?
Voor de nieuwe toekomstverkenningen analyseerde IKNL gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie van 1989 tot en met 2024. Die werden gecombineerd met waargenomen bevolkingsgegevens en de bevolkingsprognoses van het CBS voor 2026 tot en met 2045.
De kern van de methode is eenvoudig uit te leggen: het model zoekt in historische reeksen naar patronen en rekent die door naar de toekomst, terwijl het rekening houdt met onzekerheid. IKNL koos voor een zogenoemd Bayesian Gaussian Exponential Smoothing-model. Om te testen of dat bruikbaar was, liet het centrum verschillende modellen met gegevens tot en met 2009 voorspellen wat er in 2024 zou gebeuren. Het gekozen model presteerde over het geheel het best bij die terugtest.
Zo’n test verkleint de kans op een slecht passend model, maar haalt de onzekerheid niet weg. Nieuwe screening, een succesvolle preventiemaatregel, veranderend gedrag of een medische doorbraak kan de ontwikkeling na 2026 anders maken dan de historische lijn suggereert.
Wat zegt het getal van 170.000 wel en niet?
| De raming zegt wel | De raming zegt niet |
|---|---|
| hoeveel diagnoses Nederland bij voortzetting van de trends ongeveer kan verwachten | wat jouw persoonlijke kans op kanker is |
| welke druk de zorg landelijk moet voorbereiden | hoeveel patiënten iedere regio of ieder ziekenhuis precies krijgt |
| dat groei en vergrijzing het absolute aantal sterk verhogen | dat ieders risico met 23 procent stijgt |
| dat sommige kankersoortprognoses sinds 2022 zijn veranderd | dat 170.000 in 2045 exact zal worden gehaald |
Het leeftijdsgecorrigeerde risico voor de bevolking blijft volgens IKNL ongeveer stabiel. Dat is niet hetzelfde als zeggen dat iemands persoonlijke risico onveranderd is. Dat hangt onder meer samen met leeftijd, erfelijke aanleg, leefstijl, blootstellingen en medische voorgeschiedenis. Deze landelijke raming berekent dat niet voor een individu.
Waarom dit nu al gevolgen heeft
2045 klinkt ver weg, maar ziekenhuizen, diagnostische laboratoria, huisartsen en de oncologische nazorg kunnen hun capaciteit niet in één jaar uitbreiden. IKNL verwacht bovendien dat het aandeel 75-plussers in de bevolking groeit van ongeveer 9 procent in 2024 naar meer dan 14 procent in 2045. Oudere patiënten hebben vaker meerdere aandoeningen tegelijk, wat behandeling en begeleiding complexer kan maken.
De publicatie bevat nog geen regionale prognoses; IKNL noemt regionale uitwerking als een volgende stap in de ontwikkeling van het model. Gemeenten en zorgregio’s kunnen de landelijke 170.000 daarom niet rechtstreeks vertalen naar een exact lokaal patiëntenaantal.
Voor individuele lezers verandert er door deze prognose geen screeningsschema en ontstaat er geen nieuw medisch advies. De praktische boodschap ligt vooral bij de zorgplanning: bereid capaciteit voor op meer patiënten, zonder een bevolkingsraming te presenteren als een persoonlijke voorspelling.
Dit artikel geeft algemene informatie en is geen persoonlijk medisch advies. Bespreek vragen over klachten, screening of jouw eigen risico met een arts.
Onderzoekscheck
Zo weten we dit
Bekijk de methode, beperkingen en oorspronkelijke bron achter dit verhaal.
Volledige onderzoekscheck 8 onderdelen
- Onderzoeksopzet
- Landelijke statistische prognose op basis van de Nederlandse Kankerregistratie over 1989–2024, waargenomen bevolkingsgegevens en CBS-bevolkingsprognoses. IKNL selecteerde een Bayesian Gaussian Exponential Smoothing-model na terugtesten op historische gegevens.
- Steekproef of materiaal
- Landelijke registratiedata van kankerdiagnoses tot en met 2024; bevolkingswaarnemingen tot en met 2025; CBS-bevolkingsprognoses voor 2026–2045; geregistreerde sterfte tot en met 2024.
- Vakblad of publicatie
- IKNL Toekomstverkenningen kanker
- Onderzoeksinstelling
- Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL)
- Financiering
- Niet afzonderlijk vermeld op de geraadpleegde projectpagina's.
- Belangenverklaring
- Niet afzonderlijk vermeld op de geraadpleegde projectpagina's.
Belangrijkste beperking
Dit is een modelraming, geen telling van toekomstige patiënten. Veranderingen in bevolking, leefstijl, screening, preventie, diagnostiek en behandeling kunnen de werkelijke uitkomst veranderen. De gepubliceerde raming geeft geen regionale prognoses en voorspelt geen individueel risico.
Wat dit niet bewijst
De prognose bewijst niet dat ieders persoonlijke kans op kanker met 23 procent stijgt, dat elk genoemd aantal in 2045 exact uitkomt of dat de stijging door één vermijdbare oorzaak wordt veroorzaakt.
Nederlandse context
Wat betekent dit voor Nederland?
DIRECT
Transparantie
Updates en correcties
Inhoudelijke update: IKNL verwacht bijna 170.000 nieuwe kankerdiagnoses per jaar in 2045 en gebruikt daarvoor een vernieuwde methode. De richting van de eerdere prognose blijft overeind, maar het geschatte tussenpunt voor 2032 en meerdere kankersoortspecifieke ramingen zijn bijgesteld.
Zie je een fout of ontbreekt er context? Bekijk hoe we corrigeren.
