Onderzoekscheck
Zo weten we dit
Bekijk de methode, beperkingen en oorspronkelijke bron achter dit verhaal.
Volledige onderzoekscheck 9 onderdelen
- Onderzoeksopzet
- Kwalitatief promotieonderzoek met gesprekken met beleidsmedewerkers en Wmo-consulenten in drie gemeenten en met inwoners die een Wmo-aanvraag probeerden te doen.
- Steekproef of materiaal
- 36 inwoners, aangevuld met beleidsmedewerkers en Wmo-consulenten uit drie gemeenten; het openbare bericht noemt geen afzonderlijk aantal professionals.
- Vakblad of publicatie
- Radboud Universiteit-onderzoeksnieuws van 29 september 2026; promotie van Bas Kerssies aangekondigd voor 6 oktober 2026.
- Onderzoeksinstelling
- Radboud Universiteit, Faculteit der Rechtsgeleerdheid
- Financiering
- Niet vermeld in de geraadpleegde openbare samenvatting en promotieaankondiging.
- Belangenverklaring
- Niet vermeld in de geraadpleegde openbare bronnen; de volledige dissertatie was bij controle niet publiek beschikbaar.
Belangrijkste beperking
De openbare samenvatting beschrijft kwalitatief onderzoek in drie gemeenten met 36 inwoners. De uitkomsten zijn niet automatisch representatief voor alle gemeenten of alle Wmo-aanvragers, en de volledige dissertatie was nog niet beschikbaar voor detailcontrole.
Wat dit niet bewijst
Niet bewezen is dat iedere gemeente dezelfde drempels opwerpt, dat juridische complexiteit iedere afwijzing veroorzaakt, dat de voorgestelde veranderingen de uitkomst van aanvragen verbeteren of dat een individuele aanvrager recht heeft op een specifieke voorziening.
Wie voor het eerst ondersteuning via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) aanvraagt, moet volgens nieuw promotieonderzoek vaak meer juridische kennis en procedurele ervaring inzetten dan redelijk is. De studie is uitgevoerd in drie gemeenten en omvat gesprekken met 36 inwoners. Ze laat een terugkerend knelpunt zien, maar is geen landelijke meting van iedere gemeente.
De Radboud Universiteit publiceerde de bevindingen op 29 september. Jurist Bas Kerssies sprak daarnaast met gemeentelijke beleidsmedewerkers en Wmo-consulenten. Zijn promotie staat voor 6 oktober gepland.
Een procedure op een kwetsbaar moment
De Wmo is bedoeld voor mensen die ondersteuning nodig hebben om thuis te wonen of mee te doen in de samenleving. Een aanvraag begint bij de gemeente, die de persoonlijke situatie onderzoekt en bekijkt welke hulp passend is.
In de praktijk moeten inwoners volgens Kerssies vaak zelf herkennen welke informatie juridisch relevant is, de juiste woorden gebruiken en op tijd reageren. Dat kan extra zwaar zijn wanneer iemand al met ziekte, een beperking of mantelzorg te maken heeft.
De kern van het onderzoek is niet dat alle regels onnodig zijn. Gemeenten moeten zorgvuldig omgaan met publiek geld en individuele omstandigheden. Het probleem ontstaat volgens de onderzoeker wanneer de procedure verantwoordelijkheid bij inwoners legt zonder hen voldoende in staat te stellen die verantwoordelijkheid te dragen.
Ervaring telt volgens de studie zwaarder dan opleiding
Opvallend is dat een hoog opleidingsniveau volgens de samenvatting niet automatisch beschermt tegen vastlopen. Eerdere ervaring met de Wmo-procedure bleek belangrijker. Mensen die al wisten hoe een gesprek verloopt, welke informatie wordt gevraagd of wanneer bezwaar mogelijk is, konden beter navigeren.
Eerste aanvragers hadden die voorkennis niet. Zij liepen volgens de onderzoeker sneller vast, ook wanneer zij goed waren opgeleid. Dat is een kwalitatieve bevinding uit gesprekken; de studie berekent niet hoeveel procent van alle Nederlandse aanvragen hierdoor verkeerd afloopt.
Gratis hulp bestaat, maar wordt weinig gevonden
Iedereen die een Wmo-aanvraag doet, kan volgens Rijksoverheid gratis onafhankelijke cliëntondersteuning krijgen. Zo’n ondersteuner kan meegaan naar gesprekken, helpen de hulpvraag te formuleren en uitleg geven over de procedure. Regelhulp benadrukt dat deze hulp onafhankelijk van de gemeente moet zijn.
Toch gebruikt volgens de Radboud-samenvatting slechts 2 tot 5 procent van de aanvragers deze ondersteuning. Veel mensen zouden niet weten dat de mogelijkheid bestaat. Het genoemde percentage komt uit het promotieonderzoek; het is geen nieuw landelijk gebruikscijfer van de overheid.
Wat zouden gemeenten kunnen veranderen?
Kerssies pleit voor een transparantere en meer ondersteunende aanpak. Gemeenten kunnen volgens hem duidelijker uitleggen wat er tijdens een aanvraag gebeurt, minder vanuit wantrouwen werken en eerder vragen welk doel iemand wil bereiken in plaats van meteen over één specifieke voorziening te discussiëren.
Dat zijn aanbevelingen uit het onderzoek, geen al ingevoerde landelijke regels. De studie testte ook niet in een experiment of deze veranderingen daadwerkelijk tot snellere, eerlijkere of betere besluiten leiden.
Wat weten we nog niet?
De openbare samenvatting vermeldt niet hoeveel beleidsmedewerkers en consulenten precies deelnamen. Ook financiering en mogelijke belangenconflicten zijn daarin niet beschreven. De volledige dissertatie was tijdens deze controle nog niet publiek beschikbaar, waardoor methodedetails en de onderbouwing van alle conclusies nog niet zelfstandig konden worden nagegaan.
De resultaten mogen daarom niet zonder meer op alle gemeenten worden toegepast. Lokale procedures en uitvoering kunnen verschillen. Wie zelf een aanvraag overweegt, kan bij de gemeente vragen hoe de procedure verloopt en hoe een onafhankelijke cliëntondersteuner bereikbaar is.
Dit artikel geeft algemene informatie over onderzoek en de Wmo-procedure. Het is geen persoonlijk medisch of juridisch advies.
Nederlandse context
Wat betekent dit voor Nederland?
Het onderzoek gaat over de Nederlandse Wmo 2015-procedure en ervaringen van inwoners, beleidsmedewerkers en Wmo-consulenten in drie Nederlandse gemeenten.
Transparantie
Updates en correcties
Zie je een fout of ontbreekt er context? Bekijk hoe we corrigeren.
