Onderzoekscheck
Zo weten we dit
Bekijk de methode, beperkingen en oorspronkelijke bron achter dit verhaal.
Volledige onderzoekscheck 9 onderdelen
- Onderzoeksopzet
- Doorlopende nationale surveillance op basis van diagnostiek, onderzoek en meldingen bij mensen, paarden, wilde vogels en muggenpools; geen gerandomiseerde of populatiebrede studie.
- Steekproef of materiaal
- Tot en met 16 september 2026: 28 mensen, 88 paarden, 100 vogels en drie positieve muggenpools gemeld.
- Vakblad of publicatie
- RIVM Actualiteiten over westnijlkoorts, update van 17 september 2026
- Onderzoeksinstelling
- RIVM met onder meer NVWA, Sanquin Research, Erasmus MC, Wageningen Bioveterinary Research, Universiteit Utrecht en ecologische surveillancenetwerken
- Financiering
- Niet afzonderlijk gespecificeerd in de actuele RIVM-update; het gaat om publieke surveillance en aangesloten onderzoeksprogramma's.
- Belangenverklaring
- RIVM en samenwerkende publieke instellingen voeren de surveillance en respons uit; er is geen commerciële productclaim.
Belangrijkste beperking
De cijfers zijn meldingen en positieve tests, geen volledige schatting van alle infecties. Veel menselijke infecties verlopen zonder of met milde klachten en blijven waarschijnlijk onopgemerkt.
Wat dit niet bewijst
De telling bewijst niet dat alle vier gemelde overledenen door het virus zijn veroorzaakt, dat iedere mug besmet is of dat het risico overal in Nederland gelijk is.
In dezelfde Nederlandse omgeving worden nu signalen gevonden bij wilde vogels, paarden, muggen en mensen. Dat brede patroon is belangrijker dan één los getal: het laat zien dat het westnijlvirus in 2026 op verschillende plaatsen in Nederland circuleert.
Het RIVM meldde op 17 september dat tot en met een dag eerder 28 infecties bij mensen, 88 bij paarden en 100 bij vogels waren geregistreerd. Ook waren drie pools van gevangen muggen positief getest. De cijfers komen uit diagnostiek, wetenschappelijk onderzoek, screening en dier- en muggensurveillance.
In één week kwamen tientallen diermeldingen erbij
Sinds de vorige update van 10 september ontving het RIVM tien nieuwe meldingen bij mensen. De NVWA meldde daarnaast dertig nieuwe positief geteste paarden. Bij wilde vogels steeg de telling van 39 naar 100: in de tussenliggende week testten twintig dode en 41 levende vogels positief.
Bij kraaiachtigen viel volgens de werkgroep een relatief hoge sterfte op. Dat is een gemeten observatie binnen de geteste vogels, geen bewijs dat het virus de totale Nederlandse vogelstand op dezelfde manier treft.
De drie positieve muggenpools vormen evenmin een telling van afzonderlijke besmette muggen. Een pool bestaat uit meerdere gevangen exemplaren die samen worden onderzocht. De uitkomst laat zien dat virusmateriaal in de bemonstering is aangetroffen, maar zegt niet hoeveel muggen in een gebied het virus dragen.
Vogels en muggen houden de cyclus gaande
Het westnijlvirus circuleert vooral tussen vogels en gewone huissteekmuggen. Een mug kan besmet raken wanneer zij bloed zuigt bij een besmette vogel en het virus later overdragen. Mensen en paarden kunnen eveneens geïnfecteerd raken, maar spelen volgens de gangbare epidemiologie geen centrale rol in het voortbestaan van die cyclus.
Dat verklaart waarom de Nederlandse surveillance verschillende soorten tegelijk volgt. Vogelonderzoek kan vroege signalen geven, muggenvangsten tonen waar virus circuleert en diagnostiek bij paarden en mensen maakt de medische gevolgen zichtbaar. De waarnemingen zijn afkomstig van een netwerk met onder meer RIVM, NVWA, Sanquin Research, Erasmus MC, Wageningen Bioveterinary Research en Universiteit Utrecht.
Meldingen zijn niet hetzelfde als alle besmettingen
De RIVM-tabel is een overzicht van bevestigde meldingen, geen bevolkingsonderzoek dat iedere infectie vindt. Veel mensen krijgen na besmetting geen klachten. Anderen hebben milde, griepachtige verschijnselen en worden mogelijk niet getest. Het werkelijke aantal infecties kan daarom hoger liggen dan 28.
Vier mensen met een westnijlvirusinfectie zijn in 2026 overleden. Bij één patiënt werd het virus na een bloedtransfusie vastgesteld. Het RIVM schrijft expliciet dat niet duidelijk is wat bij deze al zieke persoon de doodsoorzaak was. Een geregistreerde infectie mag dus niet automatisch als oorzaak van overlijden worden gelezen.
Direct Nederlands belang, maar geen gelijk risico overal
De meeste infecties na een muggenbeet zijn gemeld in Utrecht, Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland, Overijssel en Gelderland. Dat betekent niet dat inwoners van die provincies overal hetzelfde risico lopen. Surveillance-intensiteit, lokale muggenpopulaties en contact met geteste zorg kunnen de aantallen mede beïnvloeden.
Voor verreweg de meeste mensen verloopt een infectie zonder of met milde klachten. Het RIVM noemt ernstige neurologische ziekte zeldzaam en houdt de actuele situatie samen met artsen, dierenartsen, virologen, epidemiologen en ecologen in de gaten. De instelling werkt de telling op donderdag bij.
Wie persoonlijke gezondheidsvragen of klachten heeft, kan die het best met een gekwalificeerde zorgverlener bespreken. Dit artikel vat de publieke surveillance samen en geeft geen diagnose.
Bronnen
Nederlandse context
Wat betekent dit voor Nederland?
De meldingen, bemonstering en respons komen volledig uit Nederland en raken zowel volksgezondheid als monitoring van paarden, vogels en muggen.
Transparantie
Updates en correcties
Inhoudelijke update: RIVM publiceerde op 17 september totalen tot en met 16 september en kondigde aan de tabel wekelijks op donderdag bij te werken.
Zie je een fout of ontbreekt er context? Bekijk hoe we corrigeren.
