Technologie & AI

Nederlanders verwachten veel minder van AI in de wetenschap — vertrouwen blijft toch hoog

Nog 37 procent van de Nederlanders verwacht grote wetenschappelijke doorbraken door AI, tegenover 60 procent in een Europese meting uit 2024. Het algemene vertrouwen in wetenschap blijft met een 7,4 hoog.

Rapport of dataset Bekijk de onderzoekscheck
  1. Bron
  2. Onderzoekscheck
  3. Nederlandse context
In dit artikel
Bezoekers van een wetenschapsmuseum kijken naar een robotarm en onderzoeksopstelling als illustratie bij Nederlandse verwachtingen van AI in de wetenschap.
Beeld: AI-illustratie: Feitvast, gegenereerd met OpenAI. © Feitvast 2026. Conceptuele redactionele illustratie; geen foto van deelnemers aan het onderzoek.

Onderzoekscheck

Zo weten we dit

Rapport of dataset

Bekijk de methode, beperkingen en oorspronkelijke bron achter dit verhaal.

Volledige onderzoekscheck 9 onderdelen
Onderzoeksopzet
Gewogen Nederlands enquêteonderzoek via het Kieskompas-panel, met een cross-sectionele meting in 2026 en een eerste longitudinale vergelijking met deelnemers uit 2025.
Steekproef of materiaal
4.578 mensen vulden de enquête in; 4.554 respondenten met een berekenbare weegfactor zijn in de resultaten meegenomen.
Vakblad of publicatie
Rathenau Instituut, gepubliceerd 29 september 2026
Onderzoeksinstelling
Rathenau Instituut
Financiering
Het rapport is een publicatie van het Rathenau Instituut. In de geraadpleegde rapportinformatie is geen afzonderlijke externe financier voor deze enquête genoemd.
Belangenverklaring
Het Rathenau Instituut is zowel opdrachtgever als rapporteur van de enquête; het artikel behandelt de resultaten als institutioneel publieksonderzoek en trekt geen commerciële productconclusies.

Belangrijkste beperking

Het panel is een vrijwillig opt-inpanel. De uitkomsten zijn gewogen om de Nederlandse bevolking beter te benaderen, maar weging kan niet uitsluiten dat niet alle stemmen even goed zijn vertegenwoordigd.

Wat dit niet bewijst

Niet bewezen is dat AI minder bruikbaar is geworden, dat het vertrouwen in wetenschap instort, of waardoor de verwachtingen van AI zijn gedaald.

Nederlanders verwachten veel minder van AI in de wetenschap — vertrouwen blijft toch hoog

Nederlanders zijn in twee jaar duidelijk voorzichtiger geworden over wat kunstmatige intelligentie voor de wetenschap kan betekenen. In 2026 verwacht 37 procent dat AI tot grote wetenschappelijke doorbraken kan leiden. In een Europese meting uit 2024 was dat nog 60 procent.

Die terugval betekent niet dat Nederlanders de wetenschap als geheel minder vertrouwen. In het nieuwe onderzoek van het Rathenau Instituut krijgt wetenschap gemiddeld een 7,4. Dat is slechts iets lager dan de 7,5 van een jaar eerder en nog altijd hoger dan het vertrouwen in alle andere onderzochte instituties.

37 procent verwacht grote doorbraken door AI

Het Rathenau Instituut publiceerde het rapport op 29 september. Deelnemers kregen onder meer de stelling voorgelegd dat het gebruik van AI in de wetenschap tot grote doorbraken kan leiden, bijvoorbeeld bij klimaatverandering of ernstige ziekten.

In 2026 was 37 procent het daarmee eens. 21 procent was het oneens en ongeveer 31 procent koos een neutrale positie. De vergelijking met 2024 is opvallend, maar moet zorgvuldig worden gelezen: het gaat om dezelfde stelling in verschillende onderzoeken, niet om bewijs dat precies dezelfde mensen van mening veranderden.

De enquête meet bovendien verwachtingen. Ze test niet hoe goed AI-systemen wetenschappelijke problemen werkelijk oplossen en laat niet zien waarom het optimisme is afgenomen. Zorgen over fouten, commerciële belangen of de betrouwbaarheid van onderzoek kunnen een rol spelen, maar deze cijfers bewijzen geen specifieke oorzaak.

Vertrouwen in wetenschap blijft hoog

Voor het bredere vertrouwen in wetenschap volgt het Rathenau Instituut sinds 2025 wel dezelfde groep mensen. Ruim 80 procent gaf in 2026 hoogstens één punt meer of minder dan een jaar eerder. 12 procent daalde meer dan één punt en 8 procent steeg meer dan één punt.

Gemiddeld kwam het vertrouwen uit op 7,4. De daling van 0,1 punt ten opzichte van 2025 is klein. Tegelijk groeide het aandeel met een laag vertrouwen — een 5 of lager — licht van ongeveer 15 naar 16 procent. Het aandeel met een heel hoog vertrouwen van 9 of 10 daalde van ongeveer 34 naar 32 procent.

Het beeld is dus niet simpelweg ‘vertrouwen’ of ‘wantrouwen’. De meeste Nederlanders blijven positief over wetenschap, terwijl een kleinere groep uitgesprokener sceptisch is. Ook verschilt vertrouwen sterk per onderwerp en per afzender van een wetenschappelijke conclusie.

Hoe is het onderzoek uitgevoerd?

De vragenlijst werd van 7 tot en met 19 januari 2026 uitgezet via het Groot Burgerpanel van Kieskompas. In totaal vulden 4.578 mensen de enquête in. Van 4.554 deelnemers konden de antwoorden worden meegenomen in de gewogen resultaten.

De onderzoekers wogen de uitkomsten onder meer naar geslacht, leeftijd, opleiding, migratieachtergrond, regio en stemgedrag. Dat maakt de steekproef beter vergelijkbaar met de Nederlandse bevolking. Het blijft wel een vrijwillig opt-inpanel. Weging kan daardoor niet volledig uitsluiten dat bepaalde groepen of opvattingen minder goed vertegenwoordigd zijn.

Wat betekent dit voor Nederland?

Voor Nederlandse lezers verandert er door dit rapport geen AI-dienst, wetenschappelijk beleid of praktische handeling. De waarde zit in het onderscheid dat het zichtbaar maakt: minder optimisme over AI is niet hetzelfde als minder vertrouwen in wetenschap.

Voor onderzoekers en beleidsmakers is dat onderscheid belangrijk. Wie steun wil voor AI in onderzoek, zal niet alleen moeten uitleggen wat de technologie mogelijk kan, maar ook hoe resultaten worden gecontroleerd, welke belangen meespelen en waar menselijke beoordeling nodig blijft. Het Rathenau-onderzoek laat zien dat het publiek die belofte niet meer vanzelfsprekend aanneemt.

Wat weten we nog niet?

De enquête verklaart niet waardoor de verwachtingen van AI zijn gedaald. Ze laat ook niet zien of deelnemers bij ‘AI’ aan dezelfde toepassingen dachten, of hun antwoord baseerden op eigen ervaring, nieuwsberichten of algemene zorgen.

De volgende metingen kunnen duidelijk maken of het om een tijdelijke correctie van eerdere verwachtingen gaat of om een langere verschuiving. Voorlopig is de kern dubbel: Nederlanders zijn kritischer over AI-doorbraken, maar hun algemene vertrouwen in wetenschap blijft hoog.

Nederlandse context

Wat betekent dit voor Nederland?

Het rapport meet rechtstreeks opvattingen van Nederlandse inwoners over wetenschap en AI. Er verandert geen beleid of product voor lezers; de waarde is inzicht in de Nederlandse publieke houding.

Transparantie

Updates en correcties

Zie je een fout of ontbreekt er context? Bekijk hoe we corrigeren.