Een kind dat telkens door je antwoord heen praat, weigert te luisteren of na elke grens opnieuw de discussie begint: voor ouders kan dat uitputtend zijn. Een Nederlands zelfhulpprogramma probeerde daarom niet het kind rechtstreeks te behandelen, maar ouders thuis te leren anders op het gedrag te reageren.
In een gerandomiseerde proef onder 110 Nederlandse gezinnen namen de gedragsproblemen volgens de ouders meer af dan bij gezinnen op een wachtlijst. Het effect was klein tot middelgroot en was drie maanden later niet verdwenen. Dat is bemoedigend, maar het betekent niet dat een werkboek met online oefeningen voor ieder gezin genoeg is.
De nieuwe VU-promotie van Suzanne de Jong brengt meerdere onderzoeken naar het programma samen. De formele promotiedatum is 13 oktober 2026; de VU maakte de resultaten vooraf al beschikbaar. De belangrijkste effectstudie is bovendien niet nieuw of ongecontroleerd: die verscheen in 2022 in een wetenschappelijk tijdschrift.
Het onderzoek in 30 seconden
Ouders van kinderen van 4 tot en met 12 jaar volgden vijftien weken een handleiding en online programma. Ze oefenden onder meer met structuur, gewenst gedrag belonen en consequent reageren. Vergeleken met een wachtlijst rapporteerden zij minder druk en opstandig gedrag. De studie testte geen diagnose, geen medicijn en geen vervanging voor professionele behandeling.
Wat deden de ouders precies?
Het programma heet Aan de Slag met Druk en Opstandig Gedrag. Het bestaat uit elf modules die ouders in vijftien weken doorlopen. Zij kiezen eerst drie tot vijf concrete gedragingen waaraan ze willen werken. Daarna oefenen ze met technieken zoals:
- vooraf duidelijk maken wat er gaat gebeuren;
- gewenst gedrag snel en specifiek benoemen;
- niet op ieder ongewenst gedrag ingaan;
- consequenties rustig en voorspelbaar toepassen;
- bijhouden wat er in het dagelijks leven verandert.
De ene groep kreeg daarnaast om de twee weken telefonisch contact met een psycholoog. Een tweede groep werkte zelfstandig. Een derde groep stond eerst op een wachtlijst en kreeg het programma pas later. Daardoor konden de onderzoekers beoordelen of de verandering tijdens de eerste vijftien weken groter was dan wanneer gezinnen nog moesten wachten.
Die vergelijking is sterker dan alleen meten vóór en na een cursus. Toch is een wachtlijst geen actieve behandeling. Het onderzoek bewijst dus niet dat de zelfhulp beter werkt dan persoonlijke ouderbegeleiding of reguliere jeugdhulp.
Hoe groot was de verbetering?
De onderzoekers gebruikten twee soorten metingen. Ouders vulden een bekende vragenlijst over de frequentie van gedragsproblemen in. Daarnaast rapporteerden zij gedurende vier doordeweekse dagen dagelijks wat er thuis gebeurde.
Op beide maten verbeterde de zelfhulpgroep meer dan de wachtlijst. De effectgrootte was klein tot middelgroot. Ouders beoordeelden het programma gemiddeld met een 7,9. De winst die direct na het programma zichtbaar was, was bij de follow-up drie maanden later niet verdwenen.
Dat klinkt overtuigend, maar de cijfers hebben een belangrijke blinde vlek: ouders wisten in welke groep zij zaten en zij rapporteerden zelf het gedrag van hun kind. Verwachting, aandacht voor gedrag en de wens dat de inspanning helpt kunnen een deel van het gemeten verschil beïnvloeden. Er waren geen onafhankelijke observatoren die de uitkomst als hoofdmaat beoordeelden.
Telefonische steun maakte geen meetbaar verschil
Een opvallende uitkomst is dat de versie met tweewekelijkse telefoongesprekken niet aantoonbaar beter werkte dan de zelfstandige versie. Dat kan zelfhulp toegankelijker en goedkoper maken.
Maar “geen statistisch verschil gevonden” is niet hetzelfde als “telefonische steun heeft nooit nut”. De proef was met 110 gezinnen relatief klein voor een directe vergelijking tussen die twee versies. De promotie noemt begeleiding bovendien mogelijk nuttig om uitval te beperken of ouders te bereiken die zelfstandig moeilijker door het programma komen.
Waarom leek het gedrag te veranderen?
Een later, peer-reviewed onderzoek naar het mogelijke mechanisme keek naar veranderingen in de opvoedreacties. Minder niet-helpende reacties — bijvoorbeeld escaleren of inconsequent reageren — hingen samen met een verbetering op de standaardvragenlijst.
Bij de dagelijkse metingen werd die tussenstap niet gevonden. Dat verschil is belangrijk. Het laat zien dat de onderzoekers een plausibele verklaring hebben, maar nog niet definitief kunnen aanwijzen welk onderdeel van het programma de gedragsverandering veroorzaakte.
Niet ieder gezin profiteerde evenveel
De promotie bevat ook een analyse van de vraag welk gezin het meeste baat had. Daarin werden twee groepen gevonden: gezinnen met relatief minder en gezinnen met meer bijkomende moeilijkheden. In beide groepen waren de gedragsproblemen van de kinderen serieus, maar de groep met minder complexe problemen profiteerde sterker.
Deze bevinding verdient extra voorzichtigheid. De moderatoranalyse is momenteel beschikbaar als preprint en heeft dus nog niet dezelfde onafhankelijke peer review doorlopen als de effectstudie. Bovendien ontstonden de subgroepen uit een statistische clusteranalyse achteraf. Het resultaat is bruikbaar als aanwijzing, niet als test waarmee een ouder zelf kan bepalen of het programma wel of niet zal werken.
| Wat de studie wel laat zien | Wat de studie niet bewijst |
|---|---|
| In deze proef verminderde het gerapporteerde gedrag meer dan op een wachtlijst. | Dat zelfhulp beter werkt dan persoonlijke oudertraining of jeugdhulp. |
| Ouders konden de modules zelfstandig of met beperkt telefonisch contact volgen. | Dat begeleiding voor geen enkel gezin toegevoegde waarde heeft. |
| De winst was drie maanden later niet verdwenen. | Dat het effect een jaar of langer aanhoudt. |
| Gezinnen met relatief minder bijkomende problemen leken sterker te profiteren. | Dat gezinnen met complexere problemen niets aan het programma hebben. |
| Het programma richtte zich op concreet gedrag bij kinderen van 4 tot en met 12 jaar. | Dat druk of opstandig gedrag automatisch ADHD of een andere diagnose betekent. |
Wat betekent dit voor ouders in Nederland?
Door deze promotie verandert geen Nederlandse behandelrichtlijn en het programma is nog niet automatisch overal beschikbaar. De VU meldt dat aan invoeringsprojecten wordt gewerkt. Ouders kunnen zich daarom niet op basis van het onderzoek rechtstreeks voor een landelijke behandeling aanmelden.
De inhoud sluit wel aan bij bestaande Nederlandse adviezen. Thuisarts noemt onder meer duidelijke, korte afspraken, voorspelbaarheid en positief reageren op gedrag. Zulke adviezen kunnen nuttig zijn, maar druk of opstandig gedrag heeft niet altijd dezelfde oorzaak en is niet op zichzelf een diagnose.
Wie zich zorgen maakt over het functioneren of de veiligheid van een kind hoeft niet te wachten op een zelfhulpprogramma. Bij ernstige of ingewikkelde problemen kan professionele beoordeling nodig zijn. Thuisarts adviseert om bij zorgen een afspraak te maken met de huisarts of het wijkteam; bij direct gevaar is spoedhulp nodig.
De kern: dit Nederlandse programma gaf ouders een laagdrempelige manier om thuis aan concreet gedrag te werken en liet in een gerandomiseerde proef bescheiden verbetering zien. De waarde zit vooral in toegankelijkheid. De grens is minstens zo belangrijk: zelfhulp lijkt minder vanzelfsprekend als meerdere problemen tegelijk spelen en is geen vervanging voor professionele hulp wanneer een gezin die nodig heeft.
Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen beoordeling door een huisarts, jeugdteam of andere zorgprofessional.
Onderzoekscheck
Zo weten we dit
Bekijk de methode, beperkingen en oorspronkelijke bron achter dit verhaal.
Volledige onderzoekscheck 8 onderdelen
- Onderzoeksopzet
- Niet-geblindeerde gerandomiseerde proef met drie groepen: zelfhulp met telefonische ondersteuning, zelfhulp zonder ondersteuning en een wachtlijst.
- Steekproef of materiaal
- 110 Nederlandse gezinnen met kinderen van 4 tot en met 12 jaar die hulp zochten voor druk, impulsief, onoplettend of opstandig gedrag.
- Vakblad of publicatie
- European Child & Adolescent Psychiatry; Research on Child and Adolescent Psychopathology; VU Amsterdam doctoral thesis
- Onderzoeksinstelling
- Vrije Universiteit Amsterdam
- Financiering
- De gepubliceerde effectstudie vermeldt financiering door ZonMw.
- Belangenverklaring
- Geen materieel belangenconflict vastgesteld in de geraadpleegde openbare publicatiegegevens; de onderzoekers ontwikkelden en onderzochten het programma zelf, wat als context is meegewogen.
Belangrijkste beperking
Alle gedragsuitkomsten zijn door ouders gerapporteerd in een niet-geblindeerde proef en de hoofdvergelijking was met een wachtlijst, niet met een actieve behandeling. De follow-up duurde drie maanden en onafhankelijke replicatie ontbreekt.
Wat dit niet bewijst
Niet bewezen is dat het programma beter werkt dan reguliere of persoonlijke hulp, dat het ernstige of complexe problemen voldoende behandelt, dat telefonische ondersteuning nooit waarde toevoegt of dat de effecten langer dan drie maanden aanhouden.
Nederlandse context
Wat betekent dit voor Nederland?
DIRECT
Transparantie
Updates en correcties
Inhoudelijke update: De VU-promotie bundelt resultaten over werking, ouderuitkomsten, mogelijke mechanismen en verschillen tussen gezinnen. De proef laat kleine tot middelgrote effecten zien; het programma lijkt volgens een latere, nog niet peer-reviewed moderatoranalyse beter te passen bij gezinnen met relatief minder bijkomende problemen.
Zie je een fout of ontbreekt er context? Bekijk hoe we corrigeren.
